Raimond Wouda over LA Crash

 

Er zijn van die momenten dat je de realiteit begint te wantrouwen. De gesprekken lijken net dialogen uit een film of een boek en de setting is zo onwaarschijnlijk dat het wel fictie moet zijn. Je voelt je net Jim Carrey in de Truman Show en je duist volledig in het duister over waar de filmset eindigt of begint. Realiteit wordt fictie en fictie wordt realiteit.

 

Ik moest ooit een aantal foto’s maken van een jonge vrouw van achttien jaar. Ik kreeg van tevoren het interview opgestuurd en haar levensverhaal klonk niet als een sprookje. Als kind van een verslaafde moeder kwam zelf ze met verslavingsverschijnselen ter wereld, kon niet verzorgd worden door haar moeder en wist niet wie haar vader was. Tot mijn verbazing las ik ook nog eens dat ze op haar vijftiende al een kind had gebaard. Dit leken mij niet de ingrediënten van een vliegende start en ik maakte mijzelf weinig illusies over haar nabije toekomst.  Bij het lezen van haar huidige adres (een fijne plek in Amsterdam Oud-West) werden mijn zorgen omtrent haar huidige staat van zijn echter enigszins weggenomen.

Ik belde dan ook vrij onbevangen op haar deurbel en een vrolijk gezicht met twee kleuren haar deed open. In de huiskamer werd ik al snel besprongen door een levendig klein ventje met dreadlocks die vervolgens als een pingpongbal door de kamer heen stuiterde. Het interieur was vrij karig en de geluiden galmden dan ook door het huis. In een hoek ontwaarde ik haar vriend die een joint aan het maken was uit een enorme berg wiet die op de tafel voor hem lag. Hij vroeg of ik misschien een paar gram wilde kopen.  “ Dat was niet nodig “, antwoordde ik. Ik liep met  de jonge vrouw naar de keuken en er ontstond een raar gesprek over piercings en de C1000. Haar vriend kwam op een gegeven moment ook naar de keuken met een auto cd speler en vroeg of ik interesse had. “ Niet echt “, zei ik.

Met een kop thee in de hand liep ik de kamer weer in en zag dat het zoontje van drie liep te zwaaien met een revolver.  “Is die echt?” , vroeg ik . “ Ja, maar hij is niet geladen, “, zei de jongen, die vervolgens een spelcomputer liet zien, die van de wagen was gevallen.  “ Nee, dank je”, zei ik. 

Ik was nog geen vijf minuten in huis en ik had het idee dat ik in parallel universum terecht was gekomen. Ik keek naar buiten maar daar was alles nog hetzelfde. Daar stond mijn auto, daar stond de boom die net gepland was, verderop stonden twee oude vrouwen met boodschappentassen te praten.

Het was een moment dat de realiteit werd over genomen door de fictie en ik verdwaalde omdat ik mijn rol nog niet kende.

 

 

Aanrijdingen hebben een dramatisch karakter en vaak een grote ambivalente esthetische waarde. In  het boek Naked City van Weegee vinden we er meerdere onder het hoofdstuk “ Sudden Death “ , in het boek On Edge van Karin Appolinia Muller is er één te zien, in Hans Aarsmans Hollandse Taferelen zien we een kleine charmante kettingbotsing en het boek Car Crashes & Other Sad Stories van Mell Kilpatrick is zelfs in zijn geheel gewijd aan auto ongelukken. 

 

In de serie LA Crash van de Duitse fotograaf Mirko Martin staat een auto half tegen de zijkant van een brede brug geparkeerd. Zijn remsporen staan als littekens op de weg en zijn lampen staan nog aan in het nachtelijke landschap. De chauffeur zit nog achter het stuur. Het is niet helemaal duidelijk of hij nu verdoofd of ontspannen is. De brug is verder leeg, er zijn helemaal geen mensen te zien. Het is niet duidelijk wat de oorzaak van het ongeluk is noch wat de betekenis kan zijn.

 

Een busje ligt gekanteld op de weg. Er staat een politieauto voor het busje geparkeerd waar twee zwaarlijvige politieagenten uit stappen. Er lopen ook nog twee mannen in een geel pak met helm, slepend met een onduidelijk object. Naast het busje staan een aantal mannen waarvan enkele een wit laken omhoog houden, twee andere politieagenten lopen naar het busje toe, waarvan één papieren lijkt vast te houden.  De zon schijnt en het is een prachtige dag.

Twee zilverkleurige auto’s zijn frontaal op elkaar geknald. Er ligt vloeistof op de weg. De avondzon kleurt de auto’s oranje. In het stadslandschap zijn verder een aantal winkels te zien en geparkeerde auto’s. Er is verder niemand op straat.

Waar de bestuurders zijn is geheel onduidelijk en waarom de auto’s niet worden weggehaald evenmin.

 

De aanrijdingen die te zien zijn, zijn gesitueerd in de stad van de filmindustrie Los Angeles. Naast de aanrijdingen worden we geconfronteerd met portretten van politieagenten waarvan niet duidelijk zijn of ze nu figureren of werkelijke gezagsdragers zijn. We zien dramatische passanten, die we ook aantroffen in Magnolia van regisseur Paul Thomas Anderson. Helikopters vliegen dreigend tussen wolkenkrabbers en we zien een park waar mensen slachtoffer lijken te zijn van een aanslag of een gifwolk. Maar als we beter kijken zien we in de achtergrond mensen die zonnebaden en verderop mensen die over de zee uitkijken. Het geheel biedt ons een surreëel schouwspel.

Los Angeles is behalve een synoniem voor Hollywood en zijn glitter en glamour ook de stad van de rellen uit 1992 en de stad waar vele drugsoorlogen worden uitgevochten door de meer dan 1300 streetgangs (hoogste aantal van heel Amerika). In het Los Angeles van Martin worden we ook geconfronteerd met deze donkere kant: het LA van arrestaties, daklozen en ghetto’s. Los Angeles is een bizarre synthese van succes en falen, van droom en nachtmerrie, van schijn en wezen. 

En bovenal buitenissig groot. Een immense stad met meer dan 4 miljoen inwoners en inclusief de buitenwijken zijn het er zelfs meer dan 13 miljoen inwoners. In deze waanzinnige metropool struinde Martin dagenlang te voet of met de auto de straten af op zoek naar zijn ambivalente foto’s. Met eenzelfde obsessieve dwang die fotografen als Winogrand en Weegee kenmerkten, wachtte hij in portieken, volgde hij onduidelijke sporen van filmlokaties, zocht hij naar daklozen of sporen daarvan. In Mirko’s zoektocht naar het wezen van de stad is Los Angeles het podium van de straatchoreografie en de mis en scene van Hollywood.

 

Martin documenteert deze geconstrueerde en authentieke werkelijkheid. Los Angeles verandert in een stad met een gespleten persoonlijkheid waarin de werkelijkheid niet langer voornamelijk naar zichzelf verwijst maar nog slechts een afgeleide van de fictie lijkt te zijn. LA Crash openbaart zich als een doolhof van betekenissen en een labyrint van interpretaties en laat de kijker in verwarring achter.