Er woeden verwoestende oorlogen en niemand ontkomt aan de lawine van beelden in de media. Sommige mensen worden nieuwsjunkies en anderen voelen de pijn zo erg dat ze zich afwenden. Maar de beelden van massaal geweld en menselijk lijden blijven, dus ook de vraag hoe we ernaar moeten kijken.
Wat bepaalt hoe we die beelden zien en wat beweegt de makers? Dit stond centraal tijdens FOTODOK’s Taferelen op 15 november 2023. Stefan van der Stigchel gaf een inleiding over zijn onderzoek naar beeld en attentie. Daarna presenteerde Sakir Khader zijn werk in gesprek met Femke Rotteveel.
Attentie
Stefan van der Stigchel legde het belang uit van ‘visuele denkstrategieën’. Hij vertelde over zijn onderzoek naar ‘attentie’ en hoe dat werkt. Om te beginnen verwees hij naar populaire aannames over attentie die echt niet kloppen. Zo is er het beroemde voorbeeld van ‘verborgen boodschappen’ in films: het tonen van een cola reclame gedurende een fractie van een seconde, te kort om bewust waar te nemen. Dit zou een effect hebben op de consumptie van cola in de pauze, maar dat effect is absoluut niet bewezen. Stefan onderzoekt hoe de hersenen voortdurend informatie moeten selecteren, terwijl de zintuigen onophoudelijk gebombardeerd worden met impulsen die om attentie vragen. Het is duidelijk dat er gewoon niet genoeg capaciteit is om alle ontvangen informatie te verwerken.
Filter
Wat trekt de aandacht van de hersenen en wordt als relevante informatie herkend? Dat hangt af van wat belangrijk voor je is. Onderzoek toont aan dat je aandacht wordt getrokken door beelden die kleuren, gezichten of voedsel tonen. Attentie werkt via een filter in de hersenen. Tijdens het filteren kunnen de hersenen het gevoel voor kleur, helderheid en diepte versterken om de aandacht te vergroten. We weten dat dingen niet voor alle mensen even belangrijk zijn. De filter is persoonlijk. Het wordt ingesteld door eerdere ervaringen – zoals honger, waardoor je eten als eerste ziet, en door verwachtingen, zoals wanneer je op zoek bent naar een geliefde in een menigte.
Focus
Dit betekent ook dat als iets je interesseert of bezighoudt, dit niet wil zeggen dat anderen het ook zien of zich ervan bewust zijn. Zowel individuele mensen als sociale groepen kunnen zich vanuit hun eigen belang richten op details, of juist op het grote geheel.
Actief op zoek
Stefan wees op de rubriek van fotograaf Hans Aarsman die nieuwsfoto’s ontleedt in de Volkskrant. Zijn voorbeeld stimuleert tot het aanleren van visuele denkstrategieën. Stefan benadrukte dat er een duidelijk onderscheid is tussen actief en passief kijken. Hij pleit ervoor om ‘langzaam te kijken’, dat wil zeggen energie en tijd te investeren in het kijken naar foto’s en bereid zijn om open te staan voor andere interpretaties dan de onze.

Beeld: Sakir Khader, twee kinderen in het Jenin Vluchtelingenkamp.
Beperkte bewegingsvrijheid
Sakir Khader toonde een selectie van zijn foto’s in gesprek met Femke Rotteveel. Hij vertelde het publiek hoe zijn carrière begon in de belegerde stad Aleppo, Syrië. Hij koos echter een andere foto uit om als eerste toe te lichten: één die geschiedenis van zijn familie van herders laat zien. Voor hem staat herder zijn voor de vrijheid om rond te zwerven. In bezet Palestina is dit tegelijkertijd verbonden met de grenzen die aan de bewegingsvrijheid zijn gesteld.
Betrokkenheid op lange termijn
Sakir beschouwt zichzelf in de eerste plaats als documentairemaker. Als hij niet kan filmen, maakt hij foto’s. Hij is niet zozeer geïnteresseerd in het publiceren van één of twee foto’s die in een krant worden afgedrukt tussen de vele reportages van de dag. Hij wil zich voor langere tijd met mensen bezighouden. Met zijn foto’s wil hij een diepere, langduriger realiteit laten zien, vergelijkbaar met zijn ambitie voor zijn documentaire filmwerk.
Palestijnse fotograaf
Sakir kan en wil zijn werk niet scheiden van zijn persoonlijke en politieke betrokkenheid. Hij vertelt hoe hij in januari 2023 foto’s maakte tijdens een inval van Israëlische troepen op de Westelijke Jordaanoever. Een Palestijnse jongen was in een confrontatie met de soldaten door zijn hoofd geschoten. Hij wilde de wereld dringend laten zien wat er was gebeurd, maar besloot de foto niet te maken om te voorkomen dat de familie hem op internet zou zien: ‘op dat moment was ik fotograaf EN Palestijn. Op de vraag van een van de gasten of dergelijke ervaringen traumatiserend voor hem zijn, antwoordde Sakir dat hij als kind de Intifada heeft meegemaakt en zo gewend was geraakt aan de ervaring van repressief geweld. Toen twee jaar later, hij was 11 jaar oud, zijn neef werd vermoord, besloot hij dat de wereld moest weten wat de mensen in zijn land moesten ondergaan.
Geen normalisatie
De opeenstapeling van gewelddadige onderdrukking en de woede daarover waren in de afgelopen tijd heel duidelijk waarneembaar voor Sakir. Tegelijkertijd voelde hij de aandacht van de nieuwsredacties en het grote publiek afnemen. Hun aandacht verschoof naar andere conflicten en de dagelijkse situatie van onderdrukking werd ‘genormaliseerd’ met vragen als ‘dit is toch niets nieuws? Dit idee van ‘normaliseren’ gaat voorbij aan het feit dat elk gedood familielid, vriend of buur meer haat creëert en nog meer mensen mobiliseert om de strijd aan te gaan. Om de dynamiek van geweld te laten zien zijn grotere fotoprojecten nodig, zoals het project dat de Volkskrant hem heeft opgedragen, of een documentairefilm.
Pistolen
Sakir wil dat mensen echt de tijd nemen om naar zijn werk te kijken, in plaats van oppervlakkig door de krantenpagina’s te bladeren. Elke dag worden verslagen van geweld gedeeld door getuigen in sociale media en die stemmen spreken sterker dan losse foto’s. Het is belangrijk om te zien dat zijn foto van een rouwende moeder die een ketting draagt met de beeltenis van haar gedode zoon niet bedoeld is om te beargumenteren dat Palestijnen ook mensen zijn. Zijn beelden van strijders met geweren zijn ook niet bedoeld om stereotypen van ‘geradicaliseerde moslimterroristen’ te tonen. Ze dragen geweren omdat hun broers, zussen, landgenoten zijn gedood. Sakir wil de rauwe werkelijkheid van leven en dood in bezet Palestina laten zien.
Kleur
Sakirs werk wil niet in de eerste plaats observeren, het gaat hem om het leggen van een verbinding met de mensen die hij portretteert. Hij gaat eerst een relatie met hen aan en wil dicht bij hen komen om de emoties vast te kunnen leggen. Zijn foto’s zijn alleen in zwart-wit. Hij zegt dat kleur irrelevant is zolang zijn waardigheid wordt aangetast. “De glimlach, de ogen, de gezichten, de kleding en de bedrukking op de kleding, alle emoties die worden uitgedrukt, zijn de kleur in mijn foto’s. Ik gebruik kleuren wanneer ik kan. En ik zal kleuren gebruiken als ik weer vrij kan reizen in mijn thuisland en op een dag onze vlag weer met kleuren zal vastleggen.”
Strategieën voor visueel denken
Het werk van Sakir Khader laat zien hoe belangrijk het is om strategieën voor visueel denken aan te leren. Het gaat erom dat we ons bewust zijn van hoe we onze attentie richten op de beelden, hoe we ernaar kijken. Door strategieën en methoden van waarnemen te hanteren kunnen we bevragen en begrijpen wat we zien en hoe we het zien. Het begint met jezelf de vraag te stellen: waar kijk ik naar? Waarom zie ik dit? En wat ziet de persoon naast me?
Stefan van der Stigchel is hoogleraar cognitieve psychologie aan de Universiteit Utrecht en leider van het onderzoeksprogramma ‘Attention Lab’. De belangrijkste vraag die zijn team fascineert is hoe het bewustzijn van de wereld om ons heen werkt: welke impulsen pikken we op, en welke niet?
Sakir Khader is documentaire fotograaf en filmmaker die heeft gewerkt voor De Volkskrant en voor de publieke omroepen in Nederland. Zijn Palestijnse identiteit heeft hem geïnspireerd om verslag te doen van het leven, gewelddadige conflicten en dood, vooral in Irak, Syrië, Afghanistan en tegenwoordig in de bezette Palestijnse gebieden. Op de vraag waarom hij zichzelf ‘een Palestijnse Fotograaf’ noemt en niet ‘Palestijns-Nederlands’, vertelde Sakir hoe een Nederlandse diplomaat hem vertelde dat hij in geval van problemen in Israël als Palestijn zou gelden, en dat zijn Nederlandse paspoort hem niet zou redden. Dus liet hij het Nederlandse deel los.




