Jonas Bendiksen beschouwt fotografie in de eerste plaats als een middel om verhalen te vertellen. FOTODOK-directeur Femke Rotteveel sprak met de Noorse Magnum fotograaf over zijn indrukwekkende carrière tijdens de FOTODOK Photo Talks #1 samen met het FOTODOK team en makers van FOTODOK Lighthouse.
Kaal
Toen Femke en Jonas elkaar voor het eerst ontmoetten in 2001, had hij net zijn hoofd kaalgeschoren. Hij nam toen deel aan een masterclass van World Press Photo. Was zijn kale hoofd een manier om verhalen te vertellen? Jonas werkte aan een project over identiteit, vertelt hij. Als Noor was hij geïntrigeerd door een familiefestival “Nordic Fest”, georganiseerd door een Ku Klux Klan-achtige organisatie in Kentucky. Hij besloot een tent te kopen, zijn hoofd kaal te scheren en zich onder de mensen te mengen.
Magnum
Jonas’ carrière begon als een nieuwsgierige tiener die de Minolta van zijn vader afstofte, aan de slag ging en thuis een donkere kamer improviseerde. Na zijn schooltijd meldde hij zich bij een kleine beroepsopleiding in Bristol, Engeland, die een eenjarige basiscursus fotografie aanbood. De school had een deal met Magnum in Londen om ieder jaar een stagiair te leveren. Het lukte Jonas om die kans te grijpen. Hij werd assistent van de foto archivaris. In die tijd was het archief fysiek, niet digitaal. Bij Magnum ontmoette Jonas uitstekende fotografen en maakte kennis met hun werk. Hij besloot het vak in te gaan.
Birobidzjan
Zijn eerste stap, een succesvolle aanvraag voor een klein stipendium, bracht hem naar Birobidzjan. Deze autonome regio in het oosten van Rusland was onder Stalin gesticht als Joods nationaal tehuis binnen de Sovjet-Unie. Zijn fascinatie voor de plek kwam voort uit zijn familieachtergrond, met name de geschiedenis van zijn grootouders, die vanuit het pre-revolutionaire Rusland naar de VS waren gemigreerd. Hij besloot zich er een jaar te vestigen, Russisch te leren en foto’s te maken om het verhaal van die afgelegen plek te vertellen.
Er zullen altijd interessante vragen gesteld worden die het werk van fotojournalisten en documentair fotografen inspireren.
Experiment
De vraag ‘Wat fotografeer ik?’ hield hem bezig, niet: ‘Worden het mooie foto’s?’. Een beleefd verzoek bij Fuji leverde hem een gift op van 400 rollen diafilm. Het bleek een uitdaging: binnen een straal van 2000 mijl was er geen mogelijkheid om ze te laten ontwikkelen. Zo werd, omdat hij nauwelijks kans had zijn eigen foto’s te bewerken, tien maanden werken in Birobidzjan een experiment. Het resultaat: Jonas Aiden Sullivan publiceerde 10 pagina’s in het Sunday Times Magazine. Het werd het begin van zijn erkenning als documentair fotograaf.
Oprecht
De ervaring in Rusland definieerde zijn werkwijze: ‘volg wat een goed verhaal kan zijn’, niet: ‘wat zal een coole foto opleveren’. Hij wordt gedreven door nieuwsgierigheid en de drang om zich te engageren met mensen en hun gemeenschappen. Hij heeft ervaren dat het echt belangrijk is om oprecht geïnteresseerd te zijn in zijn onderwerpen, wat mensen doen, wat hen bezighoudt. Mensen voelen heel goed aan of je oprecht bent of voor je eigen belang werkt en ze als objecten ziet.
Veroordelende blik
The Last Testament (2017) vertelt het verhaal van zeven mannen in diverse werelddelen die zichzelf beschouwen als de op aarde teruggekeerde Jezus Christus en die worden vereerd door hun aanhang. Allereerst wilde Jonas begrijpen wat er rond deze mensen gebeurde, hij is zelf niet met religie opgegroeid. In plaats van een satirische of veroordelende blik onderzocht hij de vraag wat de zelf-aangenomen rol met deze mannen deed. Hij probeerde de werking van het geloof in hun gemeenschappen te ervaren. Dit bleek voor hem een transformerende ervaring te zijn; zijn doel was niet om als journalist verslag te doen maar te vertellen wat deze mensen bewoog.

Vervalsing
The Book of Veles (2021) is een project waarin beelden en informatie geproduceerd met behulp van kunstmatige intelligentie worden bevraagd. Het verhaal over Veles, een stad in de Republiek Noord-Macedonië, dat een centrum voor nepnieuws was geworden, was de aanleiding. Een grote groep jonge en ondernemende computernerds had veel geld verdiend met het produceren van websites vol nepnieuws voor de verkiezingscampagne van Donald Trump in 2016. Jonas zag dit als een onderwerp op zich en reisde naar de plek. Daar hoorde hij over een plaatselijke legende die draaide om een voorchristelijke godheid “Veles”. Die kon in de gestalte van een beer verschijnen om mensen te misleiden en wraak op hen te nemen. Er bestond zelfs een boek met legendes, zogenaamd uit de oudheid. Maar de legende was al in het begin van de 20e eeuw als een vervalsing was ontmaskerd.

Gegenereerde rotzooi
Geïntrigeerd door deze omgeving van vervalsing en verwarring, gaf Jonas zijn project vorm. Hij besloot foto’s te maken van de stad en het landschap, terwijl hij de mensen weg liet. Hij praatte niet met de producenten van het nepnieuws. Hij wilde ze volledig weergeven volgens zijn eigen aannames en niet proberen ze te ‘begrijpen’ zoals de journalisten hadden gedaan. Hij besloot om avatars van de lokale bevolking te maken en afbeeldingen te produceren met behulp van kunstmatige intelligentie. Deze avatars integreerde hij in zijn eigen foto’s van het landschap en creëerde zo de illusie van écht beeldmateriaal. Hij liet een chatbot een inleiding schrijven op het boek dat hij aan het samenstellen was van ‘slechts door de computer gegenereerde rotzooi’. De enige stukken tekst die niet door kunstmatige intelligentie waren gefabriceerd waren citaten uit de in de stad geproduceerde nep-nieuwswebsites. Het project werd gesteund door een Noors fonds voor media en democratie.
Geloofwaardigheid
Het “nep-element” in Jonas’ project gaf hem toch ongemak. Het doel om de complexiteit van fotojournalistiek en kunstmatige intelligentie aan de orde te stellen, rechtvaardigde zijn experiment. Toch voelde Jonas zich kwetsbaar voor beschuldigingen van vervalsing. Hij kon niet voorzien welke kant zijn leerdoel op zou gaan. Hij voegde elementen aan zijn foto’s toe die hinten op een valse weergave van de stad Veles, waaronder een beer die er rondliep.
Als professionele fotografen misleid kunnen worden, hoe zit het dan met het onderscheidings-vermogen van het publiek?
Ophef
Opmerkelijk genoeg werd het boek geprezen door vakgenoten. In het bijzonder de inleiding vanwege de baanbrekende relevantie van de documentaire. Hij werd uitgenodigd voor een vertoning op het prestigieuze ‘Visa pour l’image’ festival in Perpignan. Meer dan een beetje verbijsterd door deze positieve ontvangst creëerde Jonas een valse identiteit: een persoon die het boek bekritiseerde, met het argument dat het niet echt kon zijn. Het wakkerde de aandacht voor zijn project alleen maar aan. Na enkele maanden kwam de waarheid naar buiten. Het veroorzaakte veel ophef. In eerste instantie was er kritiek omdat hij de geloofwaardigheid van fotojournalistiek ondermijnde door een grap te maken van een serieus probleem. Tegelijkertijd was de ophef het startpunt van de discussies die Jonas voor ogen had.
Authenticiteit
Bij Magnum wist bijna niemand van de aard van het project en velen werden erdoor misleid. Maar ze reageerden met begrip. Experimenteren is ook onderdeel van de geschiedenis van Magnum. De bereidheid om het vitale belang van de kwesties die Jonas aan de orde stelde onder ogen te zien, bleek groot. The Book of Velex geeft een belangrijke vorm van reflectie op de snel veranderende manier waarop we media en beelden consumeren. De autoriteit van de maker – zelfs die van Jonas Bendiksen – blijkt niet langer een garantie voor authenticiteit. Het leverde belangrijke vragen op: als professionele fotografen misleid kunnen worden, hoe zit het dan met het onderscheidingsvermogen van het grote publiek? Wat valt er te zeggen over de sociale en politieke impact van kunstmatige intelligentie in de publieke sfeer?
Wat valt er te zeggen over de sociale en politieke impact van kunstmatige intelligentie in de publieke sfeer?
Documentair fotograaf
Jonas werkt nu 25 jaar als documentair fotograaf. Hij vertelt dat hij de noodzaak voelt om na te denken over wat de volgende stap is. Voor hemzelf én voor de fotojournalistiek: tegenwoordig maakt iedereen foto’s. De technische mogelijkheden om foto’s te bewerken zijn bijna onbeperkt, ook door middel van kunstmatige intelligentie. Heeft het wel zin om steeds meer foto’s toe te voegen aan al die beelden die ons overspoelen? Voor Jonas telt het verhaal en niet de drang om ‘leuke’ of ‘mooie’ foto’s te maken. Er zullen altijd interessante vragen gesteld worden die het werk van fotojournalisten en documentair fotografen inspireren.
De dag na het gesprek gaf Jonas Bendiksen een lezing aan studenten van de Hogeschool voor de Kunsten in Utrecht, en ‘s avonds de ‘Willem Poelstra-Lecture’ in Pakhuis De Zwijger, Amsterdam, in het kader van ‘Documenting the Danger to Democracy’.
Geïnspireerd door het werk van Jonas zal FOTODOK dit onderwerp verder uitdiepen. In samenwerking met Jonas, Museum Hilversum en andere partijen wordt een expositie plus ondersteunend programma voorbereid.