Voor de open call werden fotografen en kunstenaars uitgenodigd voorstellen in te dienen over de beeldvorming rondom de genocide, met behulp van onderzoek bij Beeld & Geluid. Nicole reflecteert in het cahier als medium diepgaand op de beeldvorming in Nederland over de genocide in ex-Joegoslavië. Ze doorzocht hiervoor dagenlang het media archief en gebruikte ook eigen werk.
Ook beeldend kunstenaar Anita Karabašić werd uitgenodigd bij te dragen. Haar project verbeeldt de elf stappen van genocide op een tactiele en gevoelige manier. Ze heeft met een groep Bosnische vrouwen een reeks haakwerken vervaardigd die de bezoeker uitnodigen te begrijpen hoe genocide werkt. Peter Romijn sprak met beide makers over hun gezichtsbepalende bijdragen aan de tentoonstelling.

Nicole, het idee van een ‘denkraam’ gaat in je cahier niet alleen over een manier van kijken naar de genocide. Je toont verschillende ramen waardoor de oorlog zichtbaar wordt en in zekere zin is de TV ook een venster.
Ik ging het archief in om in die overvloed aan beeldmateriaal op zoek te gaan naar de Bosnische stem en naar een breder perspectief op de gebeurtenissen van 11 juli 1995. Als fotograaf werk je natuurlijk met kaders en ik wilde de raamwerken van het verhaal onderzoeken. Er was indertijd zoveel berichtgeving over de oorlog in Bosnië, we zagen het als Nederlanders allemaal gebeuren via ons televisiescherm. Voor mij was een van de vragen hoe de ontmenselijking terugkomt in de beeldvorming. Telkens zag ik tekenen daarvan in een split-second en dat zette verder aan het denken. De stappen van ontmenselijking kunnen we achteraf benoemen, maar je ziet ze echt al wel in de beeldvorming van toen. Net als de vernietiging van cultureel erfgoed, etnische zuivering, de kampen. Pas na de val van Srebrenica veranderde dat perspectief in een vrij eenzijdig beeld van Nederlandse schuld en schaamte.
“Voor mij was een van de vragen hoe de ontmenselijking terugkomt in de beeldvorming.”
– Nicole Segers
Anita, je hebt een creatief concept toegepast om de ervaringen van genocide vorm te geven. Het doet denken aan hoe deze traditionele kunst in veel culturen terug komt.
Ik heb me niet bewust in die traditie geplaatst. Ik heb wel gezocht naar een Bosnisch medium dat dicht bij de mensen staat. De vrouwen die ik benaderde waren direct erg enthousiast en toegewijd. Dat is niet vreemd, ze horen bij een generatie die alles heeft meegemaakt. Ze zeiden dat het gaat om het verhaal van ons allemaal en zagen een originele manier om hun ervaringen te uiten.

Een bezoeker luistert naar audio die onderdeel is van de installatie “Maar wie zal ons geloven?” van Anita Karabašić. Foto: Nastya Vinogradova.
Hoe zie je het verband tussen de herinnering van de Bosnische gemeenschap in Nederland en de beeldvorming in Nederland?
Allereerst is er een groot verschil tussen wat mensen echt beleven en hoe het in de media overkomt, het is heel belangrijk om dat onderscheid te zien. De aandacht onder Nederlanders is selectief, gefocust op de genocide in Srebrenica, Dutchbat, en het Joegoslavië Tribunaal. Het verhaal is natuurlijk veel groter, er was al drie jaar genocidaal geweld gaande dat de levens van mensen verwoestte. Het bleef evenmin beperkt tot Srebrenica, denk aan de vreselijke moordpartijen in Višegrad en Prijedor, of het beleg van Sarajevo. Dat inzicht is in Nederland nog steeds niet goed doorgedrongen. Het zegt veel dat er zo hard moet worden gestreden voor een monument dat de vermoorde burgers herdenkt. Er moet een permanent monument in Den Haag komen en ook één in de Servische Republiek in Bosnië.
“Het verhaal is veel groter, er was al drie jaar genocidaal geweld gaande dat de levens van mensen verwoestte. Het bleef evenmin beperkt tot Srebrenica […].”– Anita Karabašić
Nicole, je hebt gekozen voor een presentatie in de vorm van een cahier, 50 indrukwekkende pagina’s beelden en tekst. Hoe ben je daarop gekomen en wat wil je ermee zeggen?
Het is ontstaan uit mijn vriendschap met beeldend kunstenaar, fotograaf, en schrijver Leo Divendal. Leo is op een gegeven moment begonnen uit zijn eigen archief rond bepaalde thema’s beschouwende en uitdagende cahiers te maken – de Moutarde reeks. Die vorm paste goed bij wat ik wilde doen: in lagen werken en verschillende perspectieven naast elkaar zetten in één geheel. Ik ben vertrokken vanuit de overmaat aan beelden en toen gaan fragmenteren en deconstrueren, ook herinterpreteren en benoemen in eigen geschreven teksten en met citaten. Het cahier is dus geen documentaire, maar een onderzoek naar beelden, naar de vele lagen en betekenissen die je erin kunt zien – en die ons bewust of onbewust beïnvloeden.
Hoe kijken jullie naar elkaars werk?
Anita: Ik vind Nicole’s cahier heel mooi, bijna poëtisch. Dat geldt ook voor de kleine stukjes tekst. Dat zijn eigenlijk illustraties bij de beelden. Ook de letterlijke citaten uit de tv-uitzendingen zeggen in enkele woorden heel veel.
Nicole: Ik vind het fascinerend hoe Anita haar originele idee heeft uitgewerkt. Daarvoor moest ze haar groep aansturen en weer loslaten. Dat zou mij niet lukken, je moet me gewoon helemaal alleen laten als ik werk, ik heb de telefoon niet aan en verdwijn in het werk. Maar zij werkt met – en vanuit – een community. Die vrouwen haken al hun leven lang – en zij geeft daar opeens een nieuwe wending aan.
Vluchtelingen in Tuzla en straatbeeld Srebrenica/Potočari 11 juli 1995, screenshot dubbelbeeld (bron Beeld & geluid NOVA 13-07-1995)
Hoe passen deze projecten in jullie oeuvre?
Anita: Mijn afstudeerproject aan de Willem de Kooning Academie is Nema Nikog Da Ga Bere ’ – (Er is niemand om het fruit te plukken). Deze installatie van keramiek is geïnspireerd door de geschiedenis van het stadje Kozarać, dat lang heeft standgehouden tegen de etnische zuiveringen. Het laat de vruchten zien die door de afwezige bewoners niet geoogst konden worden. Maar ik eer er ook de veerkracht mee van de mensen en het voedend vermogen van fruit. Ik vond in het media archief veel over deze plaats omdat Dusko Tadić er vandaan komt. Hij was de allereerste veroordeelde dader.
Nicole: Met schrijfster Irene van der Linde volgde ik de route die de Britse reisschrijfster Rebecca West in de jaren voor de Tweede Wereldoorlog aflegde. In 2011 publiceerden we ons boek Bloed en Honing, met mijn foto’s en tekst van Irene. We doen verslag van ontmoetingen met mensen en hun verhalen over de impact van de problematische erfenissen van het verleden op het heden. Er bestaan veel mythes waarmee het geweld in Joegoslavië verklaard wordt, zoals dat de mensen daar door haat werden verteerd en na de dood van president Tito hun kans schoon zagen. Dat is natuurlijk een grove vertekening. Wij zagen hoe makkelijk het is om groepen mensen tegenover elkaar te zetten, dat is politiek gestuurd. Ons thema is eerder universeel – kijk ook naar Gaza! En je moet niet denken dat zulke dingen hier niet kunnen gebeuren. Aan de andere kant zie je in mijn cahier ook momenten van grote menselijkheid, zoals het beeld van het paar dat uitrust van hun vlucht. Ze houden elkaar liefdevol vast, en ook dat is een verhaal dat over ons allemaal kan gaan.
Twee van de haakwerken die onderdeel zijn van de installatie “Maar wie zal ons geloven?” van Anita Karabašić. Foto: Nastya Vinogradova.

