Lebensborn – een onderzoek naar racistische geboortepolitiek
De Rotterdamse fotograaf Angeniet Berkers was 10 oktober te gast bij de BOOKTALKS om over haar fotoboek LEBENSBORN te praten. Ze onderzocht het programma dat nazi-Duitsland heeft ingezet om een actieve bevolkingspolitiek te voeren. ‘Lebensborn’ ofwel ‘bron van leven’ was een programma om de na Eerste Wereldoorlog dramatisch gedaalde geboortecijfers weer te laten stijgen. De Duitsers werden op alle mogelijke manieren gestimuleerd meer kinderen te krijgen. Het ging de nazi’s er tegelijkertijd om dat ‘de kwaliteit van het Arische ras’ werd verbeterd. SS-officieren werden min of meer verplicht zoveel mogelijk kinderen te verwekken, zowel binnen als buiten het huwelijk.
De SS richtte in Duitsland en bezet Europa ‘Lebensborn tehuizen’ in. Vrouwen konden daar bevallen van kinderen die aan de raciale criteria zouden voldoen. In bezette landen werden vooral vrouwen opgenomen om te bevallen van kinderen die uit een relatie met aldaar gelegerde Duitse soldaten waren voortgekomen. Dit werd verborgen gehouden voor het grote publiek. Ook werden kinderen ontvoerd die aan de ‘Arische’ criteria voldeden. Een deel van deze kinderen belandde in kindertehuizen van Lebensborn waar ze ‘gegermaniseerd’ werden. Kinderloze ouders in Nazi Duitsland konden een beroep op Lebensborn doen voor een pleeg- of adoptiekind.
Na de Duitse nederlaag bleven de moeders gestigmatiseerd achter. Ook hun kinderen ervoeren afwijzing en zouden de rest van hun leven blijven zitten met vragen over herkomst en identiteit. Angeniet heeft op grond van jaren onderzoek, reizen door Europa en interviews met Lebensborn kinderen een indrukwekkende documentaire in boekvorm gemaakt. Het fotoboek is genomineerd voor de 2024 Paris Photo-Aperture First PhotoBook Award. FOTODOK redacteur Peter Romijn interviewde haar in vervolg van de BOOKTALKS.

Hoe komt het dat je je in dit onderwerp hebt verdiept?
Ik ben opgeleid voor de geestelijke gezondheidszorg en heb ook als hulpverlener gewerkt. Ik sprak een keer met een oud-collega van Centrum 45 – dat is het centrum voor behandeling van psychotrauma’s van oorlogsslachtoffers – over kinderen van collaborateurs. Lang was er voor deze doelgroep geen behandelmogelijkheid want dat lag te gevoelig voor oorlogsslachtoffers. Dat is gelukkig veranderd. Maar ik schrok wel, het gaat natuurlijk om intergenerationeel trauma. Ik besloot er een project over te ontwikkelen. Toen stuitte ik op Lebensborn en daarop heb ik uiteindelijk gefocust.
Had je inmiddels een overstap naar de fotografie gemaakt?
Ja, ik had altijd al een drive richting kunstacademie gehad en op een gegeven moment heb ik besloten dat ik me die kant op wilde ontwikkelen. Ik ben toen een cursus bij SKVR in Rotterdam gaan doen om mijn camera goed te leren kennen en gebruiken. Daarna ben ik tot de KABK toegelaten, heb daar de opleiding in deeltijd gedaan en zo mijn bestemming gevonden.
Voor wie heb je dit boek vooral gemaakt?
In de eerste plaats voor de mensen over wie het gaat. Dat staat eigenlijk in al mijn werk voorop. De mensen die deze ervaringen delen moeten zich goed voelen over het verhaal, het moet kloppen. Het gaat tenslotte om heel ingrijpende ervaringen, die in de media vaak sensationeel zijn voorgesteld: ‘SS!’, ‘Moffenmeiden!’. Daar wil ik verre van blijven en een fotoboek is daarvoor een ideaal medium.
Je hebt ruim publiciteit gehad en je boek is veel geprezen. Denk je dat het je gelukt is juist de nuance over te brengen?
Ja, dat is gelukt, maar ik heb me daar ook flink mee bemoeid. Er moesten in de media geen schreeuwerige koppen boven de verhalen komen, het was belangrijk bepaalde woorden te vermijden: ‘broedfabrieken’ en dergelijke. Ik had met dit project heel erg: dit is iets wat weinig mensen weten, daar moet verandering in komen, want het is voor deze kinderen zo bepalend geworden voor hun leven. Dat is eigenlijk een soort missie geworden.

In je boek geef je eigenlijk geen commentaar, zo te zien vertellen de beelden en verhalen zichzelf. Ik zie ook heel veel commitment in je interviews, de mensen komen heel goed tot hun recht en we zien een heel breed spectrum van ervaringen.
Ik vind het belangrijk om niet te sturen, de lezers krijgen de ruimte om zelf na te denken en te oordelen. Iemand zei over mijn geschreven teksten dat het werk doet denken aan rapportages in de GGZ. Ik geloof dat dat wel meevalt, maar in de GGZ leer je natuurlijk wel te observeren en daarover met een zekere afstand naar anderen te communiceren. Inderdaad kunnen de beelden en verhalen voor zichzelf spreken. Maar ik heb zowel hun kracht als de diversiteit van hun ervaringen heel bewust willen weergeven.
Hoe heb je dit langlopend, internationaal georiënteerd project van de grond gekregen? Het moet nogal wat tijd, energie en geld gekost hebben.
Ik heb het stap voor stap ontwikkeld. Meestal maak ik een soort onderzoeksreis, naar plaatsen en mensen. Ik had namen van mensen gekregen die me verder zouden kunnen helpen. In Noorwegen, waar Lebensborn heel groot was, heb ik gesproken met historici en mensen die zich al in de openbaarheid als Lebensborn kinderen hadden blootgegeven. Gisela Heidenreich had al een boek over haar leven geschreven. Ik reisde in Duitsland en Noorwegen en deed in Bad Arolsen onderzoek in de Arolsen Archives. Daar is de grootste collectie gegevens over vervolgden en slachtoffers van het nazi-regime ter wereld. Ik sprak af met Lebensborn kinderen om ze te leren kennen, zonder dat we ons al vast hoefden te leggen op een plan, laat staan op een uitkomst. Als het van beide kanten goed voelde dan konden we verder. En zo zijn ze me gaan helpen.
En toen kwam de fondsenwerving om de hoek kijken?
Het idee groeide en zo kreeg ik bij FOTODOK het Stipendium Dialoog in 2019. Vervolgens kreeg ik bijdragen van het Mondriaan Fonds en van het Fonds Anna Cornelis. Voor het boek kreeg ik ook steun van een aantal andere fondsen: naast het Mondriaan Fonds ook het Jaap Harten Fonds, het Cultuurfonds van de gemeente Rotterdam, het Centrum voor Beeldende Kunsten in Rotterdam en de Provincie Zuid-Holland. Om het boek gefinancierd te krijgen ben ik tenslotte een crowdfunding actie gestart, die gelukkig is geslaagd.

Was het voor jou in de eerste plaats een geschiedenisproject – vraagt deze historicus – of toch eerder een fotoproject?
Het was echt in de eerste plaats een fotoproject, maar wel een verhaal dat niet alleen met fotografie verteld kon worden. Het had tekst nodig, behalve de interviews ook uitleg bij sommige objecten, zoals het instrument om de schedelomvang te meten, de lepel met Lebensborn logo, of de documenten. Maar de foto’s staan voorop, die laten zien waarover het gaat, ook in een brede context.
Als context laat je ook de natuurlijke omgeving van de Lebensborn tehuizen zien. Je portretteert daarbij afzonderlijke bomen.
Toen ik met mijn onderzoek bezig was ben ik regelmatig een bos ingelopen om alles te kunnen verwerken. Ik denk dat het bos ook in mijn boek de functie van rustpunt heeft. Tegelijkertijd fascineerden de hele oude grote bomen me omdat ze er tijdens de Tweede Wereldoorlog al stonden en dus een soort stille getuigen zijn. Wat ‘schuldig landschap’ wordt genoemd heeft me altijd gefascineerd. Het is toch bijzonder hoe dingen die in principe heel onschuldig zijn, als de natuur, of een teddybeer, of een lepeltje, in dit verband toch een schuldig karakter kunnen krijgen. Ook het landschap wordt zo mededrager van het verhaal. We moeten ons goed realiseren dat het bestaan van deze instellingen geheim moest blijven. Wat we nu zien als een hotel aan een fjord, in een onschuldig aandoende omgeving, is bij nader inzien een van die klinieken geweest.

Aan je andere werk, bijvoorbeeld dat over je buurtgenoten in Rotterdam, zie ik dat je mensen in hun persoonlijke omgeving wilt fotograferen. Zo zien we ook de Lebensborn kinderen in hun huiskamers.
Er kan een overeenkomst zijn, maar in dit geval benaderde ik de mensen vanuit de vraagstelling hoe je mensen moet fotograferen die onderdeel waren van een programma dat zozeer gefocust was op uiterlijke kenmerken. Die ga je niet tegen een neutrale achtergrond afbeelden, en dan puur en alleen hun gezicht. Dan draait het opeens alleen om de kleur ogen of haar en zo zou je de benadering van de daders volgen. Dat wilde ik dus echt niet en daarom fotografeerde ik ze alsof ik gewoon op bezoek was. En ik houd er heel erg van om met aanwezig licht te werken. Dat laat de mensen zien zoals ze zijn.
Welke impact zou je boek kunnen hebben op de hedendaagse stemmen die geboortepolitiek en etniciteit aan de orde stellen?
Ik heb ervoor gekozen om in het boek niet expliciet de connectie te maken met politici die op dit moment zeggen dat er niet genoeg Nederlandse kindertjes worden geboren. Ik wilde juist niet dat dit het debat over het boek zou gaan bepalen. Het gaat mij er in de eerste plaats om dat het verhaal over deze mensen kloppend zou zijn en dat het niet vergeten gaat worden. Maar wie het boek in de hand neemt kan de link met het hedendaagse raciale discours natuurlijk heel goed leggen. Ik had ook niet gedacht dat dit zo’n enorme vlucht zou nemen. Toen ik mijn aanvraag voor FOTODOK schreef had ik wel gehint op degenen die flirten met rechtsnationalisme, maar wat we nu zien is geen flirt meer…
Het grote thema in je boek lijkt mij traumaverwerking door generaties heen. Hoe heeft dat voor jouw personages gewerkt? Lebensborn was wel heel erg ingrijpend in hun leven, al lijkt het erop alsof ze elk voor zich wel een manier gevonden hebben om ermee om te gaan.
Schokkende ervaringen van eerdere generaties draag je zeker met je mee. Je identificeert je toch op een bepaalde manier met wat je voorouders hebben gedaan en beleefd. Zoals ik met mijn oma die onderduikers hielp in Aalten. Maar in andere omstandigheden kan je je er schuldig over voelen of schamen. De mensen die ik heb ontmoet waren gewoon heel erg op zoek naar hun wortels, naar liefde en nabijheid ook die ze vaak hadden moeten missen.

Heb je een vervolgproject in gedachten?
Ik oriënteer me nog, ik ben nog steeds geïnteresseerd in familiegeschiedenissen en intergenerationeel trauma, maar ook in een onderwerp als vrouwenrechten. Maar een nieuw project bedenken kost tijd en reflectie…
Peter Romijn, met grote dank aan Angeniet Berkers, november 2024
De documenatatie beelden zijn gemaakt door Lousiana van Onna voor de FOTODOK BOOKTALKS.
Het fotoboek LEBENSBORN is uitgegeven door Eriskay Connection en kan je HIER bestellen.