‘Een grote stapel gemengde beelden’
Zonder Hans Gremmen zou het documentaire fotoboek in Nederland en ver daarbuiten er anders uitzien en veel minder spannend. Hans is vormgever van meer dan 400 boeken, oprichter van uitgeverij FW:Books en voortdurend met fotografen bezig hun verhalen in boekvorm vast te leggen. Giya Makondo-Wills interviewde Hans op 13 april tijdens FOTODOK’s BOOKTALKS #46 in TivoliVredenburg over zijn werk. Bijzonder was die avond dat ook fotograaf Farren van Wyk haar recente fotoboek Mixedness is My Mythology voorstelde – een boek dat door Hans is vormgegeven en uitgegeven door FW:Books. Fotograaf Daan Kamerman en redacteur Peter Romijn praatten met Hans Gremmen over zijn veelzijdige werk. Dit blog gaat over het boek dat hij met eigen beelden heeft samengesteld. Het heet In Between en heeft inmiddels welhaast een cultstatus bereikt.
PETER: Wat is het verhaal van In Between? Wil je het verhaal van je werk tot nu vertellen, of zit er ook een blik op de toekomst in?
HANS: Ik heb zo’n kleine point and shoot camera, analoog, en maak altijd foto’s. Hier in mijn werkplaats en ook als ik iets zie op straat en denk: oh dit wil ik het even onthouden, dat is grappig, of leuk, of misschien heb ik er later nog iets aan. Zodoende heb ik heel wat dozen vol met foto’s geschoten. Vrienden gaf ik soms boekjes met kopieën. En nu bedacht ik dat ik de uitgeverij bijna 20 jaar heb en het goed zou zijn een bedankje te maken voor al die mensen met wie ik heb gewerkt. Dus ik ging die beelden in boekvorm editen en daarbij liet ik ook dingen zien als toeval in het werk of fouten. Dat is gewoon hoe ik kijk naar dingen en dingen die ik kan waarderen.
PETER: Ik vind het een heel vrolijk boek. In die zin dat er zoveel ruimte is, niet alleen om te kijken, maar ook om na te denken over wat je ziet en of je jouw associaties kan volgen. Dat lukt lang niet altijd, maar ik vond het echt een plezier om door te werken en na te denken over je eigen blikveld.
HANS: Het is een mix tussen een persoonlijk plakboek en een fotoboek. Een rechtstreekse inspiratiebron is het boek Werkkleding van Jan Wolkers. Voor mij is dit een fijne vorm, er zit geen kop en geen staart aan. Je kunt het eigenlijk overal openslaan en er zit energie in als je het doorbladert. Het gaat tegelijkertijd over heel veel en over heel weinig. Wat ik bij Wolkers zag: niet pretentieus, wel heel genereus. Je kunt iets helemaal vol stoppen met ideeën en beelden en het dan aan anderen laten. Het is vooral zwart-wit en niet superduur om te maken. Zo blijft het allemaal heel precies nonchalant, echt wel met zorg gemaakt, maar ook niet moeilijker dan nodig is.
PETER: Je laat bijvoorbeeld zien dat je met Bertien van Maanen hebt gewerkt. Hoe inspirerend is haar werk voor jou geweest, hoe je reportage-achtig kunt presenteren, als niet heet-van-de-naald beelden, maar eerder als tonen van een wereld en getuigen van een wereldbeeld?
HANS: Werken met Bertien was wel in die zin een bijzondere samenwerking. Ik stapte eigenlijk vrij laat in haar carrière en haar leven in. Bertien wist precies wat ze wil en had tegelijkertijd een heel open blik. We onderzochten hoe ze haar beelden mooi kon afdrukken en ze kon omarmen dat de dingen een beetje overbelicht en onscherp werden. We hadden bijzondere gesprekken over de vormgeving en ze was heel ontvankelijk voor mijn ideeën. Voor mij was haar open blik inspirerend. Het was echt een voorrecht om door haar hele archief te gaan. Ik heb er twee jaar onderzoek in gedaan, één dag in de week, voordat dat boek er kwam. Dat was echt een plezier.

PETER: Als historicus sla ik aan op het feit dat je ook met je eigen archief aan de slag bent gegaan. Als je archiefmateriaal rangschikt en bevraagt, dan ben je niet alleen aan het verzamelen, dan kijk je, interpreteer je, en suggereert aan andere kijkers wat ze ervan mogen vinden. Dat proces dacht ik in je boek terug te zien. In het gesprek met Giya in Tivoli noemde je het zoiets als een gemengde stapel spul.
HANS: A miscellanous pile of stuff.
PETER: Aan de andere kant zei je een boek is belangrijk, blijvend, een publiek feit. Als je je materiaal alleen maar digitaliseert is het minder bestendig…
HANS: Het maakproces is heel belangrijk. Het rode draad eigenlijk.
PETER: Dat lijkt me de crux, omdat het boek overmorgen weer misschien een ander boek is. Het deed me sterk denken aan Free Jazz, een stroming in de muziek waarin allerlei thema’s opkomen en intensief worden verkend. Ornette Coleman was een pionier, een van zijn platen heet New York is Now. En dat is precies wat het is, want overmorgen is New York weer anders. En dat wilde hij ook weer anders verbeelden. Ik vond het spannend dat in jouw boek ook zo te voelen.
HANS: Daar raak je inderdaad een belangrijk punt. Zo had ik er nog niet over nagedacht, een boek is altijd een kristallisatie van een moment in de tijd. Dit boek viert inderdaad het maken. Daarom wil ik laten zien wat er ontstaat in dat proces, ook collateral damage en dingen die ontstaan, maar dan weer worden losgelaten. Er zitten ook themaatjes in, over Bertien bijvoorbeeld, of over de natuur, de bomen en de reproductie daarvan. Ik wilde verbeelden hoe zo’n edit gemaakt wordt. De eerste versie is er inmiddels niet meer, want die exemplaren zijn allemaal op en weg. Door de brand bij IDEA BOOKS is de rest van de voorraad verloren gegaan. Dus ik heb nu een herdruk gemaakt. Ik heb er zeker twintig pagina’s uit gehaald en dat ook weer aangevuld. Zo ontstaat er weer een andere sfeer. In de eerste versie stonden veel vrienden in en performance-achtige dingen. Door die aanpassingen verandert het verhaal steeds. Dat vind ik nu ook wel passend, want ik bedacht dat ik de eerste stapel eigenlijk heb gemaakt voor de mensen die dicht bij me staan. En intussen zijn er ook weer andere dingen gebeurd die ik ook graag wil laten zien.

DAAN: Het maakt me ook heel nieuwsgierig voor als je toe bent aan weer een volgende druk. Of komt die er niet?
HANS: Nee, dit is absoluut de laatste. Ik twijfelde al heel erg of ik dit moest herdrukken, omdat ik het ergens ook wel passend vond dat de laatste partij van zo’n persoonlijk document verbrand is. Maar er staat nog het een en ander op stapel en Petra Stavast, mijn compagnon, vond dat er een nieuwe druk moest komen. Anders zouden we met de tentoonstelling in oktober zonder boek maar een half verhaal hebben.
PETER: Op de cover verwijs je naar speelkaarten. Je raapt ze van de straat op. Zo speel je met serendipiteit. Ik bedoel, je vindt losse dingen en je verbindt ze met elkaar. En tegelijkertijd hanteer je regels. Want als ik het goed begrijp dan wil je van elke kaart één exemplaar vinden.
HANS: Nee, dan kijk ik heel even of er jokers tussen liggen, die pak ik heel even mee. Maar dan pak ik in principe alleen de eerste kaart. En dat zijn soms moeilijke beslissingen. In Barcelona zag ik verderop een klaver vier en die kon ik goed gebruiken. Maar ja, die laat ik dan wel liggen.
PETER: Daarom denk ik, je bent strenger dan je zou kunnen denken als je je boek doorneemt.
HANS: Ik houd wel echt van grote bergen werk verzetten. Ik heb een keer zo’n film gemaakt van Route 66: 150.000 screenshots, één voor één gemaakt met Google Street View, helemaal gedigitaliseerd van Chicago naar Los Angeles. Steeds van de kaart een screenshot, een klikje, een stap je vooruit, het volgende screenshot. Dat is heel veel werk, maar je weet ook dat er een eind aan zit. Het is zelfs jammer als het klaar is. Met die kaarten bedacht ik wel eens dat ik maar tot mijn 70 of 80ste doe. Leuk, als ik dan de laatste kaart vind die ik nog nodig heb. Maar er is wel een set kaarten compleet nu. Dus in die zin was ik, voor mijn gevoel, te snel klaar. Maar dat maakt het wel leuk. Je weet dat het vroeg of laat gaat lukken, dus dan maakt het ook niet uit of het laat is.
DAAN: Je hebt dus regels nodig hebt om dat plezier te hebben.
HANS: Ja, ik wel. Anders wordt het ook vrijblijvend. Dan wordt het een gimmick.
PETER: Je hebt het boek bedacht om met je vrienden te delen. Jouw werk en het hunne zijn ook niet scherp te onderscheiden. Maar had je ook idee wat een publiek dat verder van je af staat, bijvoorbeeld iemand als ik, ermee zou kunnen? Is het een kwestie van ‘kijk om je heen en leer er wat van’?
HANS: Ja, dat is best wel een goede vraag. Die speelde, moet ik zeggen, voor mij veel sterker toen ik overwoog een tweede druk te maken. Bij de eerste dacht ik aan de mensen voor wie ik het letterlijk heb gemaakt, Maar bij die tweede was het ineens kwam de vraag op voor wie het nu eigenlijk interessant is. Dat gaf echt wel onzekerheid en twijfel. Petra had nul twijfel, ze zei meteen we moeten het echt gewoon doen. Maar het blijft een heel legitieme vraag en die vind ik makkelijker te beantwoorden als ik aan boeken van anderen werk. Eerlijk gezegd weet ik ook niet wie het interessant zou vinden om te zien hoe we koffiezetten of hoe mijn zoontje een foto maakt in de Grand Canyon. Dat weet ik niet zo goed, ik ben verbaasd om te zien dat het werkt en vind het leuk dat mensen het bestellen en dat het via IDEA BOOKS ook zijn weg vindt.
DAAN: Ik denk dat het voor veel mensen gewoon leuk is om te zien wat voor een plezier je hebt in het maken en dat dat aanstekelijk is. Je hebt toch een soort sterrenstatus omdat je met zoveel mensen hebt samengewerkt. Mensen willen graag zien hoe je werkt.
HANS: Ik vond het ook echt leuk om de dingen te ontsluiten. Ik zat ook heel lang te dubben over de vraag of het een soort manifest zou worden. Er moest een soort urgentie in komen en daarom heb ik achterin een tekstje geschreven om het toe te lichten. Het boek gaat gewoon over het maakproces. Als je het een manifest noemt lijkt het bijna activistisch is. Dan is het nog eerder een anti-manifest. Het gaat vooral over persoonlijk contact met makers en alles hoeft niet alleen maar leuk te zijn. Maar lol en humor en mislukking zijn ook ontzettend belangrijk en gewoon aan de orde van de dag. Ook dat wil ik graag vieren.
PETER: Ik heb het boek niet als activistisch ervaren, maar juist wel als activerend, helemaal zonnig. Als je het doorgebladerd hebt, wil je zelf ook wat doen. Al was het bij wijze van spreken alleen maar een ansichtkaart versturen. Het woord manifest heeft iets dramatisch. Dit boek is misschien eerder een leerstuk, zoals Bertolt Brecht de jaren dertig maakte. Daar zat naast alle betoog ook ontzettend veel humor in. Kijk vooral naar jezelf en kijk wat je zelf kan doen. Zo zag ik het gewoon. Ik heb dat van meer mensen gehoord hoor, echt waar.
HANS: Dat vind ik een heel fijn compliment. Als je naar een documentaire of film kijkt of naar een museum gaat, als je daar geactiveerd uitkomt, dan is dat eigenlijk het grootste, het hoogst haalbare bijna. Dus dat steek ik lekker in mijn zak.