Mohamed Hassan is een fotograaf van Egyptische afkomst die in Wales woont en werkt. Hij presenteerde op 1 december zijn fotoboek ‘Our Hidden Room’ bij de BOOKTALKS in Tivoli, Utrecht. De titel verwijst naar de donkere kamer van zijn vader, ook fotograaf, in Alexandrië. Maar dit slaat niet alleen op het fotografisch proces, de donkere kamer staat ook voor psychisch lijden en trauma’s doorgegeven aan de volgende generatie, transgenerationeel of intergenerationeel trauma. Mohamed sprak met Peter Romijn over het boek dat laat zien hoe fotografie het leven en lijden van zijn vader bepaalde, en ook dat van zijn familie en hemzelf.
Mohamed, je boek gaat in eerste instantie over de levensgeschiedenis van je vader. Waar zie je de oorsprong van zijn latere mentale problemen?
Mijn grootvader overleed jong en mijn vader werd ondergebracht in een weeshuis. Hij had het daar moeilijk. Hij was, voor zover ik weet, een zachtmoedige jongen en werd veel gepest. Daarom ging hij het leger in, in de hoop om een beter en zelfstandig leven te vinden. Hij werd tankmonteur. Toen kwam de oorlog van 1973, waarbij Egypte tegenover Israël stond. Mijn vader maakte vreselijke dingen mee, er vielen vele doden, waaronder zijn beste vriend. Dat was een zware klap, hij was een zachtmoedige man die niet van geweld hield. Ik denk dat toen zijn bipolaire stoornis is ontstaan. In zijn manische fases dacht hij dat hij alles aan kon, dat hij superkrachten had, een profeet was, of misschien zelfs God. Dat ging mensen irriteren en zijn commandant werkte hem met een truc het leger uit. Dat was een ramp: hij had er 22 jaar gewerkt en nu was alles verloren: inkomen, huis, ziektekostenverzekering.
In zijn manische fases dacht hij dat hij alles aan kon, dat hij superkrachten had, een profeet was, of misschien zelfs God.
Wat deed dat met jullie gezinsleven? Je schrijft dat er weinig kennis over mentale problemen was.
Mijn moeder was razend op hem, hoe had hij het zo ver laten komen? Ze begreep gewoon niet was er aan de hand was, wat was er mis met hem? Ze bleef hem maar verwijten maken. Mijn vader besloot toen voor zichzelf te beginnen. In het leger had hij al gefotografeerd en nu ging hij aan de slag met zijn Yashica 35 mm. camera. Hij maakte portretten, op straat en bij feesten en plechtigheden. Hij was erg goed met mensen, kon iedereen benaderen en zo werden het ook heel goede portretten. Dat bracht aardig wat geld binnen en hij voelde zich goed. Maar de donkere kamer werd zijn obsessie. Hij was er altijd, werkte als een bezetene, zonder handschoenen in de chemicaliën. Hij wilde als maar beter werk leveren, maar werd er ziek van. Zo verloor hij het contact met zijn gezin, zijn vrienden, de buitenwereld. Op zeker moment verwondde hij zichzelf met een scheermes.

beeld: Mohamed Hassan
In je boek zien we de strenge blik van je moeder…
Toen mijn vader in het ziekenhuis was opgenomen was mijn moeder radeloos. Ze zag fotografie als de bron van alle gekte van mijn vader. Ze stak al zijn werk in de brand: afdrukken, negatieven, ook de camera’s. Als heel vrome moslima vond ze fotografie haram, een verboden activiteit. Er mocht geen kunst meer zijn in ons huis: muziek, foto’s, video’s. Er was alleen de Koran. Ze zei tegen mijn broers en mij dat we nooit een camera mochten aanraken. Mijn vader was altijd het tegendeel geweest, hij hield veel van kunst, van films, hij vertelde me over de laatste Europese films en beroemde regisseurs.
En kon de fotografie hem dus niet langer helpen?
De manische fases van mijn vader bleven terugkomen. De laatste, in 2007, was erg zwaar. Als jochie van 12 moest ik in het ziekenhuis bij hem waken om te voorkomen dat hij zichzelf wat aan zou doen. Dat moest ik doen, want vrouwen werden niet op zijn zaal toegelaten. Dat was akelig, want mensen schreeuwden of lagen in een fit op de grond. Een keer nam hij te veel slaappillen. Ik kneep toen een sinaasappel uit in zijn mond zodat hij ze uit moest braken. Maar hij werd zwakker en zwakker en stierf aan een ziekte.
Een enorm zware verantwoordelijkheid voor een kind… Kan het zijn dat deze ervaring ervoor gezorgd heeft dat zijn trauma in jou is gaan voortleven? Ik denk aan de foto’s van een scheermes op een huid en een arm die een sinaasappel fijn perst?
Ik weet het niet zeker, maar feit is dat ik erg heb geleden onder angsten en depressies. Ik wilde daar iets aan doen en toen begon ik aan het boek. Dat was moeilijk, want al het werk van mijn vader was verdwenen, in rook opgegaan. Ik vond hooguit wat beelden uit de familiesfeer en daarmee begon ik. Vervolgens ging ik een paar weken naar Egypte en begon als het ware het archief van mijn vader te reconstrueren. Ik fotografeerde landschappen en gebouwen waar hij was geweest, zoals jonge mensen als hij ze zou hebben afgebeeld. Ook wilde ik tekst toevoegen, als toelichting. Ik ben geen schrijver, dus dat was het moeilijkste, het werk putte me fysiek en emotioneel uit.

beeld: Mohamed Hassan
Je boek is heel gelaagd, dat zie je ook zonder de tekst al. De beelden suggereren heel sterk hoe het lijden van je vader ook jouw lijden werd, een transgenerationeel trauma. Loste het werk iets voor je op?
Achteraf denk ik van wel, ja. Voordat ik begon was ik depressief, voelde het alsof er een zware rots op mijn borst drukte. Maar nu het af is kan ik weer vrij ademen. Het trauma is er nog steeds, dat wel, maar nu weet ik dat je ermee kunt omgaan, het beheersen. Het boek helpt me om met mensen om te gaan, vrienden te maken. We kunnen erover praten, ik krijg er meer zelfvertrouwen door.
Toen kon je het delen met de buitenwereld. Je stuurde een dummy van het boek in voor de Star Photobook Dummy Award in Spanje.
Om in te mogen zenden moet iemand je nomineren. Maar ik wist niet wie ik dat kon vragen. Toen heb ik de directeur van het Photoworks platform, Louise Clement, mijn pdf gestuurd en gevraagd of ze me wilde voordragen. Binnen twee dagen zegde ze dat toe. Ik kwam op de shortlist en won, zodat ik de middelen kreeg om het boek te laten drukken en uitgeven. Brian Carroll, een bevriend designer in Cardfiff, maakte een perfect design en nu is het er.
Als ik met de camera op pad ben dan kan ik met beelden delen wat er in mijn hoofd speelt.
Inmiddels maak je veel nieuw werk. Je wilt jezelf niet per se documentair fotograaf noemen. Maar wat wel?
Ik weet het niet, ik heb eigenlijk moeite met dat documentaire aspect. Het past niet zo goed bij me om me bij een groep mensen aan te sluiten en daarover een reportage te maken. Ik heb het meer in me om te proberen één sterk beeld te maken dat emoties uitdrukt, dat daarmee direct aandacht oproept. Ik ben dus meer een beeldenmaker, en wat ik doe verschilt van dag tot dag. Elke dag is anders. Soms heb ik zin een landschap te fotograferen, dan weer een portret of een gebeurtenis. Ik heb meestal geen plan, ik neem mijn camera overal mee naar toe. Het geeft me het gevoel dat ik bezig ben, elke dag werk maak. Dan denk ik ook niet teveel over het verleden en over trauma, ik maak gewoon stapels foto’s en dan ben ik gelukkig.
Op je website zie ik prachtige beelden uit Wales, landschappen bijvoorbeeld. Ik denk dan ook dat deze beeldtaal iets diepers wil uitdrukken. Dat geldt ook voor je portretten.
Ik werk al twee jaar aan een boek over Wales, in zwart-wit. Het is donker en eentonig. Toen ik in Wales aankwam was het moeilijk. Ik sprak de taal niet en ik ontmoette nogal wat racisme – niet van iedereen, maar toch. Ik had allerlei baantjes, in een supermarkt, als beveiliger en nam de camera mee naar het werk. Ik maak graag foto’s van mensen die aan het werk zijn. Soms nam ik niet de bus naar huis maar liep een paar mijl. Als ik geen foto’s maak voel in me niet zo goed, dus ik organiseer mijn leven rond foto’s maken. Ik verzamel ook heel veel fotoboeken.

beeld: Mohamed Hassan
Dus je vertelt wel degelijk verhalen, over jezelf en over de wereld. En als die samenvallen is het voor jou okay?
Ja zoiets is het. Als ik met de camera op pad ben dan kan ik met beelden delen wat er in mijn hoofd speelt. Dat is de kracht van kunst maken, of je nu fotograaf bent of beeldhouwer of schilder, als je werkt dan kun je voldoening voelen, dat je iets zinnigs doet. Ik bof dat ik nu full-time fotograaf kan zijn, ik kan er nu van leven maar doe niet heel veel commercieel werk. Ik werk samen met galeries voor verkoop en doe soms ook werk in opdracht. Soms voelt het als een Amerikaanse road trip: je bent onderweg, stapt uit de auto, maakt een foto en een stuk verder de volgende. Dat deed ik in Egypte, dat doe ik in Wales.
Werk je nu aan een specifiek project?
Nee, ik maak voortdurend foto’s. Ik maak er één en die brengt me naar de volgende.