EEN HERINNERINGEN_ARCHIEF VAN EMOTIES
How shall we greet the sun is een krachtige getuigenis in beeld en tekst. Thana Faroq toont hierin haar persoonlijke interactie met een groep vrouwen: leeftijdsgenoten van Thana die vanuit hun landen van herkomst – Jemen, Syrië, Afghanistan, Eritrea, Irak en Palestina – naar Nederland zijn gemigreerd. Thana volgt hen terwijl ze proberen ‘uit de as te herrijzen’ en een nieuwe toekomst te creëren. Ze portretteert de vrouwen terwijl ze aansluiting vinden bij hun Nederlandse omgeving. Hun vermengde emoties worden zichtbaar: vermoeid, bedachtzaam en tegelijkertijd op zoek naar energie.
Fotografe Thana Faroq sprak over haar fotoboek tijdens de FOTODOK Book Talks in TivoliVredenburg, Utrecht op 7 december. Peter Romijn, historicus en redacteur bij FOTODOK, praatte verder met Thana over het creëren van een archief van herinneringen en emoties.
HET HALVE VERHAAL
Thana, je boek laat een breed scala aan emoties zien bij de geportretteerde vrouwen. De foto’s en teksten zijn met elkaar verweven en laten één geheel van alle doorleefde ervaringen zien. Het boek is een poëtische vertelling in beelden en woorden. Was het je bedoeling dat er geen scherpe scheiding is tussen afzonderlijke foto’s en teksten?
Als ik schrijf, ik noem het niet eens schrijven, zijn de woorden ook beelden, van een andere aard. Ik verwoord het door middel van beelden en ik creëer beelden in woorden. Als je één foto op zichzelf ziet krijg je maar de helft van het verhaal, maar in samenhang geven ze je het hele verhaal. In dit opzicht ondergaat de fotografie veranderingen, in ieder geval mijn soort fotografie.
Vertelt deze collectie een verhaal in zijn geheel? De afbeeldingen hebben geen bijschriften, maar kunnen we nog beknopte, informatieve bijschriften verwachten?
Ik heb bewust afstand genomen van een journalistieke stijl. Het is niet mijn bedoeling om specifieke namen en locaties te geven, noch om typische vragen als “Wat is er met deze vrouwen gebeurd?” te beantwoorden. Dit boek gaat niet over het begin of het einde van hun verhalen. Het richt zich op de middenfase – de periode van onzekerheid en verandering. Het legt de soms heftige onzekerheid vast waarin ze die overgangsfase beleven. Tegelijkertijd belicht het de belangrijke ontwikkelingen in hun leven en de vorming van hun nieuwe identiteit. Het boek wil een beeld geven van de reis die ze maken, met de nadruk op hun emoties en veerkracht tijdens deze periode van transformatie.

Rebirth. Photo was taken in the Hague the Netherlands. (c) Thana Faroq
NIEUWE VERHALEN EN AFSTAND VAN NOSTALGIE
Je boek toont individuele emoties en tegelijkertijd gaat het over universele ervaringen. Het doet me denken aan een artikel van filosofe Hannah Arendt getiteld ‘Wij vluchtelingen’. Ze schreef het in 1943, na haar vlucht uit het door de nazi’s gecontroleerde Frankrijk naar de Verenigde Staten: ‘Hoe minder vrij we zijn om te beslissen wie we zijn of hoe we willen leven, hoe meer we zullen proberen een façade te bouwen, de feiten te verbergen en rollen aan te nemen.’ Herken je dit in je werk, is dit een situatie waaraan je zou willen ontsnappen?
Mijn werk gaat niet over ontsnappen aan gebeurtenissen en herinneringen uit het verleden. Ik leef nog steeds in die herinneringen. Verhuizen naar een andere plek wist herinneringen niet uit. Maar mijn doel als kunstenaar is om ruimte te maken voor een nieuw verhaal. Dat moet ons helpen om huidige gevoelens te bespreken en ruimte te creëren om een toekomst vorm te geven. Ten behoeve van die discussie wil ik een levend beeld laten zien van gevoelens, van emoties, van bepaalde voorvallen.
Het is niet mijn doel om mensen ongemakkelijk te maken over wat er mis is in de wereld, ik wil deze ervaringen dichterbij brengen, hoe ze uit het hart komen. Een nieuw verhaal maakt betrokkenheid mogelijk en moet ons helpen om een toekomst vorm te geven. Dat is niet ‘ontsnappen’.
Wat mij het meest stoort is nostalgisch zijn over een plek die niet meer bestaat. Die bestaat alleen in onze herinneringen. Zulk terugverlangen naar dat verleden werpt een barrière op om onze problemen van vandaag onder ogen te zien. Je kunt je niet inleven in mijn verleden, mijn gedachten en ervaringen uit het verleden, maar je kunt je wel heel goed inleven in de persoon die ik nu ben. Nostalgie kan ons ervan weerhouden om nieuwe herinneringen te creëren die ertoe doen. Voor mij gaan veerkracht en nostalgie tegen elkaar in, en dat vind ik het vervelende van nostalgie. Hoe nostalgischer je wordt, hoe minder veerkrachtig je zult zijn.

(c) Thana Faroq

Kimiya Left her home Iran 4 years ago, currently a refugee in the Netherlands. Photo was taken in the Hague the Netherlands. (c) Thana Faroq
DE JOURNALISTIEK VOORBIJ
Ben je bij het maken van dit fotoboek uitgegaan van een vooropgezet idee of is het stap voor stap gegroeid?
Mijn eerste boek (I don’t recognize me in the shadows, 2020) gaat over het leven in een Nederlands centrum voor asielzoekers en is meer journalistiek van opzet. Ik ben begonnen als documentair fotograaf in mijn geboorteland Jemen, ik kreeg werkopdrachten van Ngo’s en werd gerespecteerd om mijn documentaire werk. Toen ik in Nederland belandde, besloot ik van het onderwerp transitie via het AZC mijn onderwerp te maken. Toen ik daarmee klaar was voelde ik dat het tijd was voor een andere aanpak. Voor mijn volgende project wilde ik niet buiten de groep werken, maar besloot ik mijn eigen ervaring in te brengen en me te verhouden tot wat we allemaal doormaken.
En waarom benader je dit niet als journalist? Zou dit een positie als buitenstaander vereisen en je buiten beeld plaatsen?
Ik voelde me ongemakkelijk bij het idee dat het eerste boek zoiets zou suggereren als “hé, jullie hebben het gehaald en dit is jullie happy end”. Maar er is geen einde aan het verhaal, er is nog zoveel te vertellen. Mensen richten alle aandacht op die ene grote uitkomst en hebben de neiging om te vergeten wat er in het midden gebeurt. Het is het proces dat mensen doormaken, fysiek en mentaal, dat alsmaar doorgaat. Dat hele proces vraagt aandacht en om dat te begrijpen wil ik met mijn werk ruimte creëren. Dat zou ons ook moeten helpen om trauma’s te begrijpen. Al met al heb ik dit boek in de eerste plaats voor mezelf gemaakt, en via mezelf, voor mijn zoon. Zodat ik hem kan uitleggen wat er gebeurd is, als hij opgroeit.
Heb je, doordat je te midden van de groep stond en jullie je ervaringen met elkaar deelden, ook wel voortgebouwd op je ervaring als documentair fotograaf?
Ik ben indertijd als documentair fotograaf begonnen en dat heeft me veel zelfvertrouwen gegeven, want het was niet gemakkelijk om een straatfotograaf in Sanaa te zijn, want ik was jong, en vrouw. Ik moest altijd iemand vinden om me te begeleiden. Fotograferen was nooit gemakkelijk, ook vanwege de politieke situatie. Ik moest de camera altijd bedekken; veel mensen zagen het als een angstaanjagend apparaat. Als ik de camera nu vasthoud, voelt het als een uiting van kracht.
Hier in Nederland voelt het gewoon geweldig, iedereen maakt hier foto’s, niemand vindt het een groot ding. Tegelijkertijd is er veel respect voor de kunst en de kunstenaar. De camera geeft me een identiteit, ik hoef niets uit te leggen, ik zeg gewoon ‘ik ben fotograaf’, en dat is het. Het heeft me de ruimte gegeven.
VERBINDING MAKEN VIA HET BEELD
Wat me opviel in het boek is de zeer Nederlandse omgeving waarin de vrouwen zich bewegen. We zien sprietige bosjes, het strand en de zee en ook typisch stedelijke landschappen. Suggereert dit dat de vrouwen in hun nieuwe omgeving een gewenningsproces doormaken?
Ik merk dat ik vertrouwd raak met het landschap, ik zie dat de Nederlanders ervan houden en ik ook. Hier hebben we vier seizoenen, het klimaat drukt het ritme van het leven uit en dat inspireert me. In Jemen hebben we dat niet, daar kennen we de seizoenen niet zo. Tegelijkertijd impliceert het landschap verbindingen, vooral de zee kan worden gezien als een brug tussen de verschillende ervaringen.
Je huidige werk belichaamt emoties. Ik zie dat je speelt met sluitertijd, focus en kleur. Werk je hiermee naar een resultaat toe, of laat je dit gaandeweg gebeuren?
Mijn fotografie is een manier om verbinding te maken, ik zorg ervoor dat ik reflecteer op wat ik zie. Ik wil het onderwerp me eigen maken, zodat de foto’s mezelf meer inzicht brengen en me verbinden met het onderwerp. Mijn fotografie gaat heel erg over zelfonderzoek. Tegelijkertijd laat het anderen zien hoe ze kunnen onderzoeken en de toestand in de wereld beter kunnen begrijpen. Om die reden voelde ik de drang om aan dit boek te werken, dat ik ‘Hoofdstuk 2’ noem, als vervolg op ‘Hoofdstuk 1’, het eerste boek.
Achterin het boek heb je een klein envelopje geplakt. Daarin zit een briefje aan de lezer waarin je schrijft over het ongrijpbare karakter van vervreemding. Je vergelijkt het tonen van deze vervreemding met pogingen een ‘glibberige vis’ te vangen. Komt er een ‘Hoofdstuk 3’ waarin je op zoek gaat naar de antwoorden?
Eigenlijk ga ik verder met iets anders. Ik houd me nu bezig met de massa digitale archieven die ik heb, vooral over de mensen die nog steeds gestrand zijn. Deze foto’s zitten al jaren in mijn archief en in zekere zin kan ik ze weer in beeld brengen. Maar hoe zit het met mijn herinneringen? Ik herinner me de verhalen van deze mensen niet meer, ik herinner me hun namen niet. Dus ben ik fictieve teksten bij de beelden gaan bedenken. Ik moet nog zien wat er gaat gebeuren in dit project, ik ben nog aan het experimenteren en probeer erachter te komen.
Na ons gesprek bezochten we samen ‘Pioniers – Fotografie door vrouwen’. Deze tentoonstelling is samengesteld uit de wereldberoemde collectie van het Nationaal Archief in Den Haag en geeft een overzicht van de prestaties van vrouwelijke fotografen gedurende meer dan een eeuw. Ik denk meteen aan het contrast tussen deze fascinerende ‘klassieke’ foto’s en ‘How shall we greet the sun‘. Thana’s boek biedt een gelaagde, stilistisch verfrissende benadering. Het boek biedt stof tot nadenken over zaken als empathie, verandering en identiteit: een waar archief van emoties.
Bestel hier het boek How shall we greet the sun via de site van de uitgever.
Peter Romijn
12 December, 2023.